Heel heel lang geleden leefde er in een land ver hier vandaan een koektrommel genaamd Coenradis. Coenradis was een koektrommel die net als iedere andere koektrommel naar school ging en daarna met zijn koektrommelvriendjes naar de pizzaria ging om oude pizzadozen te versieren met geitenleer. Op een dag kwam er een enorme koelkast de stad binnen huppelen. Iedereen keek vol ontzag naar de enorme koelkast. Wat kwam hij doen? Toen, opeens, begon de koelkast zomaar koekjes op te eten... eerst een, toen twee, toen drie en vier!, dagen verstreken en de koelkast at meer en meer. Er kwam een spoedoverleg tussen de oudste koektrommels in de middagpauzestad. De koelkast moest weg! De sterkste en grootste koektrommels uit de stad kwamen samen om het op te nemen tegen de koelkast. Met een donderend geluid denderden de koektrommels richting de koelkast. Maar toen... toen gebeurde er iets vreselijks! De koelkast opende zijn vriesvak en de koektrommels werden bedolven onder de bevroren vissticks en frikandellen!... alle stoere grote koektrommels waren vastgevroren. Wat nu?.... Coenradis kon niet langer aanzien hoe alle koekjes werden opgegeten en ging op pad. Hij had van zijn overgrootkoektrommel gehoord dat er een wijze theepot in de suikerheuvels leefde, die kon hem vast helpen! Na een lange tocht door vele dorpen en steden, en na een potje schaak met een dove kikker kwam hij bij de theepot. “Oh magische theepot!, kunt u mij helpen?” riep Coenradis. De theepot zij: “Maar natuurlijk, ik weet alles. Men zet mij altijd op de hoogste kast, men draagt mij van stad tot stad, ik hoor alles, ik zie alles, ik weet alles.” Coenradis legde het probleem uit en de theepot begon hard te lachen.. “Hahaha!, een koelkast? Dat is kinderspel!, vroeger.. vroeger moest je je koekjes nog beschermen van hongerige pluizenbeesten! Een koelkast heb je zo tegen de vlakte!” Coenradis begon zenuwachtig te worden... “En hoe moet dat dan?” De theepot: “Een koelkast heeft slechts een zwakte... luister goed kleine koektrommel... als de koelkast 's nachts gaat slapen, doe dan heel stiekem de deur op een kier.. de volgende dag zal hij verdwenen zijn!”. Coenradis bedankte de theepot en huppelde snel terug naar huis. De dove kikker was ondertussen in een prins veranderd, dus daar hoefde hij niet meer mee te schaken. Eenmaal thuis aangekomen begon het al te schemeren. Vlug ging Coenradis naar de koelkast. De koelkast was net zijn pyama aan het aantrekken. Coenradis wachtte nog heel eventjes.. en toen de koelkast lag te slapen ging hij zachtjes naar hem toe....... stapje voor stapje zonder geluid te maken kwam Coenradis steeds dichterbij, tot hij bij de enorme deur was aangekomen. Heel voorzichtig deed hij de deur open.. dat viel nog niet mee! Gelkkig at hij altijd zijn bordje leeg en had hij de kracht om de deur op een kier te krijgen. Toen de deur op een kiertje stond ging Coenradis er snel maar stilletjes vandoor.

De volgende dag was er groot nieuws! De koelkast at geen koekjes meer! De grote brede koelkast was ziek! Hij voelde zich misselijk, hij was veel te warm en alles wat er in de koelkast stond was bedorven... het vriesvak was zelfts helemaal vastgevroren! Jammerend ging de koelkast er vandoor.. “Ik eet nooit meer koekjes!” riep hij. Coenradis was een held!, veel koektrommels hadden gehoord wat hij had gedaan, en hij werd tot erekoektrommel benoemd. Coenradis en alle andere koektrommels leefde nog lang en gelukkig.

En als je het verhaal niet geloofd? Nou... Ga dan maar eens in je koelkast kijken... want om te voorkomen dat de deur op een kier gezet wordt door koektrommels, gaat er altijd een lichtje branden als je dat probeert ;)





En bij deze de groeten aan Demelza en Sjors ;)